Scroll
Campagne Uit1999
Waarom deze campagne
In 1999 voerde SIRE haar zestiende en laatste vuurwerkcampagne, waarin de sociale gevolgen van een vuurwerkongeval centraal stonden. Ook dit jaar was de aanleiding voor de campagne het aantal jaarlijkse vuurwerkslachtoffers, waarbij de campagne rondom zwerfvuurwerk van 1998 werd doorgezet.
Achtergrond
Voor deze vuurwerkcampagne werden de sociale gevolgen van een vuurwerkongeval in de directe leefomgeving van een slachtoffer als insteek gekozen. De primaire doelgroep, jongens van 13 tot 16 jaar, werd in de campagne benaderd met herkenbare, uiterst confronterende situaties uit het dagelijks leven. Met als belangrijkste boodschap dat het ongelooflijk stom is om met vuurwerk te stunten omdat dit jouw leven op z'n kop zet. De campagne speelde in op gevoelens die iedere jongere heeft van 'er niet meer echt bij horen', schaamte, verlatingsangst en goedbedoelde opmerkingen en acties van vrienden waar je eigenlijk niet op zit te wachten. Vanaf 2001 krijgt de stichting Consument en Veiligheid subsidie om een nieuwe nationale vuurwerkcampagne te coördineren. SIRE heeft de stichting HALT en Consument en Veiligheid officieel toestemming verleend het thema te gebruiken.
Onderbouwing
Stichting Consument en Veiligheid (SCV) doet jaarlijks onderzoek naar de omvang en oorzaken van vuurwerkongevallen. Bij de ontwikkeling van de vuurwerkcampagne heeft SIRE zich laten leiden door cijfers en onderzoeksgegeven van SCV. Het verloop van vuurwerkongevallen per jaarwisseling laat nogal eens een grillig beeld zien.
dat het aantal vuurwerkslachtoffers dat met ernstige verwondingen opgenomen moest worden in een ziekenhuis laag is gebleven (3%). Én dat het aantal vuurwerkongevallen door zwerfvuurwerk tijdens de nieuwjaarsdag voor het eerst sinds jaren gedaald is naar 32%.
dat het totaal aantal in ziekenhuizen behandelde slachtoffers tijdens de afgelopen jaarwisseling gestegen is van 1.200 naar 1.300. Én dat het aandeel 0-9 jarige kinderen onder de slachtoffers is toegenomen van 11% naar 17%.
Voormalig bestuurslid SIRE
Net zoals de voorgaande jaarwisselingen komen de meeste vuurwerkongevallen voor in de leeftijdscategorie van 10 tot 19 jaar, bijna de helft.
Van de 1.300 slachtoffers was 83% een man en 17% een vrouw.
Met name op 31 december moesten relatief veel slachtoffers op SEH-afdelingen van ziekenhuizen worden behandeld (13%). Net als voorgaande jaarwisselingen zijn de meeste slachtoffers van vuurwerkongevallen op 1 januari binnengebracht, 74%. Het zijn er echter verhoudingsgewijs minder dan voorgaande jaarwisselingen.
Brandwonden, met name aan armen, zijn net als andere jaren het meest voorkomende letsel, namelijk 54%. Andersoortige wonden, zoals snijwonden, bevinden zich veelal aan het been. Bij het hoofd scoren de overige letsels hoog.
Zeker 18% van de ongevallen wordt veroorzaakt door het opnieuw afsteken van een weigeraar. Deze worden na de jaarwisseling op straat gevonden en opnieuw afgestoken. Door te korte lontjes of de slechte kwaliteit ervan gaat dit soort vuurwerk meestal direct af.
Stichting Consument en Veiligheid (SCV).

SIRE | Vuurwerk 1 | 1999
Dagblad/tijdschriftadvertentie - Nu kijken ze wel


